Image result for spelregels honkbal

Spelregels Honk- en Softbal

Honk- en softbal lijken qua spelregels eenvoudige sporten. Veel spelsituaties komen regelmatig voor en kunnen worden getypeerd als standaard spelsituaties. Zoals de grondbal die door de korte stop goed wordt verwerkt, goed wordt aangegooid op de eerste honkman/-vrouw (ik gebruik verder de mannelijke term) die met de voet het honk aanraakt en de bal goed vangt. De slagman/honkloper is uit. Toch zijn er ook vaak situaties waarvan iedereen zich afvraagt: hoe was het ook alweer? En er zijn veel veronderstelde spelregels of uitleggen daarvan. Zoals deze: een geslagen bal raakt de thuisplaat en het is dus een fout bal! (een bewering die ik meermaals tijdens wintertraining van hoofdklassespelers heb gehoord…..en die dus gewoon niet waar is).

Natuurlijk is de beste methode om de spelregels te kennen, ze te lezen. Via de site www.knbsb.nl of Google zijn ze snel te vinden. Maar wees gewaarschuwd: de spelregelboekjes zijn dik en ze zijn slecht leesbaar (lees: slecht geschreven). Een andere methode is om de site www.umpirebible.com te raadplegen. In het Amerikaans-Engels dus dat is de eerste uitdaging, maar soms ook afwijkend doordat een in Amerika ontwikkelde spelregel hier nog niet is doorgevoerd. Voorbeeld: opzettelijk 4-wijd hoeft tegenwoordig in de MLB niet meer te worden gegooid, maar kan door coach of aanvoerder worden afgeroepen. Jammer, want soms – heel soms – werd zo’n extreme wijd bal aan de buitenzijde tot ieders verrassing toch tot een mooie honkslag gepromoveerd!

Daarom op deze plaats periodiek een situatie of een spelregel uitgelegd. Heb je vragen over een spelregel of ben je het niet eens met mijn toelichting dan is een mailtje op spelregels@hsv-catch.nl natuurlijk altijd welkom.

 

1. AFSTANDEN, KNUPPELS, BALLEN EN AFWIJKENDE REGELS

Bepalingen over afstanden, knuppels, ballen en afwijkende regels zijn deels te vinden in de spelregels en deels in het reglement van wedstrijden. Allemaal te vinden op www.knbsb.nl en ook in de documentatiekast in het clubhuis. Samengevat zijn deze gegevens te vinden op de zogeheten regelkaarten op www.knbsb.nl.

Ook deze regelkaarten liggen in de documentatiekast en zullen in het nieuwe seizoen ook in de thuis dugouts worden opgehangen. Hieronder de belangrijkste gegevens.

Basisgegevens honkbal:

Honkafstand senioren en junioren 27,50 m, aspiranten 23,00 m, pupillen 18,30 m.

Werpplaat senioren en junioren 18,45 meter, aspiranten (2e en 3e klasse) 15,00 m, pupillen (2e klasse) 13,00 m, pupillen (3e klasse) 12,00 m.

Buitenveldhek op 98-122 m. Maar staat het hek op minimaal 75 m en gaat de bal eruit, dan is sprake van een homerun. Staat het hek dichterbij, bijvoorbeeld als op een damessoftbalveld door aspiranten of pupillen wordt gespeeld, dan is het een 2 honkslag (bekende situatie bij Blue Birds in Delft).

Basisgegevens softbal:

Honkafstand senioren, junioren en aspiranten 18,29 m, pupillen 16,50 m.

Werpplaat 14,02 m (heren), 13,11 m (dames), junioren 12,20 m, aspiranten 11,50 m, pupillen 10,00 m

Buitenveldhek op 76,20 m (heren) of 67,06 m (dames)

2. DE SLAGZONE

 

Eigenlijk klopt de kop van dit hoofdstuk niet, er bestaat niet zoiets als DE slagzone, want er zijn minimaal vier slagzones…..

In de eerste plaats de slagzone zoals in de spelregels beschreven, waarover later meer. Deze verschillen overigens voor honk- en softbal, waarover later ook meer.

In de tweede plaats de slagzone zoals beoordeeld door de slagman. Meestal kleiner dan die in de spelregels en naar de voorkeur van de slagman ook hoger of lager, meer aan de binnenzijde of meer aan de buitenzijde.

In de derde plaats de slagzone zoals beoordeeld door de pitcher en/of de veldpartij (te beginnen met de verre velders…). Meestal veel ruimer dan die in de spelregels is beschreven.

En de vierde slagzone is de enig echte slagzone, namelijk die van de umpire. Meestal grotendeels gelijkend aan die in de spelregels.

Kortom: de slagzone is één van de meest omstreden onderwerpen tijdens een wedstrijd. Tenminste als je daar als umpire ook ruimte en/of aanleiding toe geeft. Niets is voor pitchers en slagmensen zo frustrerend als een inconsequente slagzone. En daar ligt een kans voor de umpire om discussies te voorkomen: een stabiele slagzone, dezelfde bal moet tot dezelfde ‘call’ leiden. Anders wordt het voor de pitchers onmogelijk de ‘randjes op te zoeken’ en voor de slagman onmogelijk ballen goed te beoordelen. In die zin is een consequente slagzone belangrijker dan het feit of deze precies de spelregels volgt. Maar ook hieraan zitten natuurlijk grenzen.

Als ik zelf umpire ben, dan meld ik bij de ‘plate conference’ vooraf dat ik opensta voor vragen over mijn spelregeltoepassing (vragen dus en geen geschreeuw op opmerkingen, maar vragen). Maar ook dat het ‘mijn’ slagzone is en dat ik commentaar – in woord of in gebaar – daarover niet zal accepteren. En dat ik zeker ballen zal missen. Ik stel mij dus duidelijk, maar ook kwetsbaar op. Tijdens de wedstrijd ondersteun ik dat door – zeker in de eerste paar innings – aan catcher en slagman aan te geven waar ik een bal zag als deze wijd was.

Dan de slagzone zoals deze volgens de spelregels moet zijn:

Honkbal:

Slagzone Honkbal

De slagzone heeft de breedte en de diepte van de thuisplaat!

Softbal:

Bij softbal is – per seizoen 2018 – de slagzone als op dit plaatje:

Opmerkingen:

  1. Er is een wijdverspreide neiging bij spelers, coaches en umpires om de slagzone omlaag te brengen. Met andere woorden: lage ballen ‘slag’ callen is sociaal wenselijk.
  2. Een bal is, ongeacht of een swing wordt gemaakt,  ‘slag’ als bij de worp enig deel van de bal door enig deel van de slagzone gaat. Als de bal dus net het randje van de zone raakt, is het al een ‘slag’ (en een mooie pitch).
  3. De slagzone is dus niet een plat vlak zoals op de tekening weergegeven. De slagzone heeft ook diepte, namelijk de diepte van de thuisplaat.
  4. De slagzone wordt qua hoogte bepaald aan de natuurlijke houding van de slagman tijdens de pitch. Een slagman die wegstapt (dus groter wordt) of juist ineen duikt om de zone te verkleinen is niet van invloed.

3. Goed of foutslag

Wanneer is een slag een goede slag en wanneer een foutslag?

De bijgaande afbeeldingen geven eigenlijk het antwoord op deze basale vraag.

Goed geslagen bal

Fout geslagen bal

Maar met de plaatjes is nog lang niet alles gezegd en geschreven over dit onderwerp. Eerst een paar basis regels:

  1. Bij een foutbal is het spel dood, tenzij deze wordt gevangen. Nu is het een vangbal (de slagman is uit en het spel gaat door).
  2. De foutlijn behoort tot goed gebied en hoort dus eigenlijk de ‘goedlijn’ te heten. Een geslagen bal die voorbij het 1e of 3e honk op de lijn stuit is dus een goed geslagen bal.
  3. De honken behoren tot goed gebied. Van het 2e honk is dat logisch. Thuisplaat, 1e en 3e honk behoren in hun geheel tot goed gebied. Daarom moet de foutlijn, herstel de ‘goedlijn’ langs de buitenkant van die honken lopen (met uitzondering natuurlijk van het dubbelhonk bij softbal). Maar ook de thuisplaat behoort in zijn geheel tot het goede gebied. Een geslagen bal die dus op de thuisplaat stuitert en in goed gebied terechtkomt, is een goed geslagen bal.
  4. Of een bal goed of fout is terwijl deze wordt gespeeld, dient te worden beoordeeld naar de positie van de bal en niet van de speler die de bal speelt. Voorbeeld: de linksvelder probeert een ver geslagen bal te vangen nabij de foutlijn. Hij raakt de bal, maar vangt deze niet. Het is nu een foutbal als op het moment van spelen de bal zich loodrecht boven foutgebied bevond. Bevond deze zich echter boven goed gebied, dan is het een goed geslagen bal.
  5. Een geslagen bal die, terwijl de slagman zich in het slagperk bevindt, de slagman raakt of de knuppel voor de tweede keer raakt is een foutbal. Bevindt de slagman zich niet in het slagperk, dan is de bal dood en de slagman uit, eventuele lopers mogen niet opschuiven.
  6. Een slagman-honkloper die opzettelijk een geslagen bal in fout gebied probeert van richting te veranderen is uit. De bal is dood en honklopers mogen niet opschuiven.
  7. Is de derde slag een stootslag die foutbal wordt, dan is het spel dood en de slagman uit.
  8. Een bal die voor het 1e of 3e honk op fout gebied landt en doorrolt kan pas als foutbal worden afgeroepen als deze tot stilstand is gekomen op fout gebied of is aangeraakt door een velder of een voorwerp behorend tot het niet bespeelbare gebied (hek o.i.d.). Laat zeker een rollertje langs de lijn uitrollen voordat een call wordt gegeven. Als voorbeeld mag deze mooie situaties dienen: https://www.youtube.com/watch?v=TfSuCobPzEA

Umpiring foutballen:

  1. Bij een foutbal steekt de umpire beide handen met gestrekte armen in de lucht en roept luid: “foul ball!!”
  2. Als de bal voorbij het 1e of 3e honk fout gaat dan wijst de umpire met zijn wijsvinger naar het betreffende foutgebied.
  3. Let op: een goede slag wordt niet geroepen. Als het ‘close’ is dan wijst de umpire slechts naar goed gebied.

4. Slag en wijd

In hoofdstuk 2 behandelden we de slagzone, die zone is van belang bij dit hoofdstuk. Want hier beschrijven we wanneer een geworpen bal als ‘wijd’ en wanneer deze als ‘slag’ dient te worden beoordeeld.

Wijd

Dit is de makkelijkste regel. Een reglementair geworpen bal is wijd als deze niet in zijn vlucht door het slaggebied gaat en als niet door de slagman naar deze bal wordt geslagen.

Slaat de slagman wel naar de bal, dan is het dus een slag. Ook staat er ‘in zijn vlucht’, dat wil zeggen dat een geworpen bal die voor de thuisplaat stuit en alsnog door de slagzone gaat dus ‘wijd’ is.

En er staat ‘reglementair geworpen bal’, daar kom ik in een veel later hoofdstuk op terug als we het over ‘schijn’, ‘snelle worp’ en ‘onreglementaire worp’ gaan hebben.

Slag

Dit is een reglementair geworpen bal die door de umpire wordt afgeroepen als:

  1. De slagman naar de bal slaat en deze mist;
  2. De slagman niet naar de bal slaat, maar deze (in vlucht) met enig deel door enig deel van de slagzone gaat;
  3. De slagman, bij minder dan 2 slag in zijn ‘count’, een foutslag slaat;
  4. De slagman een stootslag foutslag maakt;
  5. De bal de slagman raakt terwijl deze naar de bal slaat;
  6. De bal in zijn vlucht de slagman raakt in de slagzone;
  7. De slagman een ‘fouttip’ slaat.

Hier is wat toelichting noodzakelijk.

  1. Dit is de bekendste situatie. Een enorme uithaal naar de bal waarbij de slagman de bal mist. Maar wanneer is slaan ook daadwerkelijk slaan? Gek genoeg geven de spelregels hiervoor geen enkel houvast, het is dus geheel en al een beoordeling die de umpire moet doen. En dat is voor de plaatumpire een lastige ‘call’, omdat hij achter de plaat niet goed kan beoordelen hoever de slagman de knuppel naar voren heeft bewogen. Een goed gebruik is dan om de honkscheidsrechter te raadplegen. Die moet dus op die vraag zijn voorbereid en elke (check)swing beoordelen. Maar ook voor hem geldt: nergens staat beschreven wanneer slaan echt slaan is. Meestal wordt de ongeschreven regel gehanteerd dat de knuppel boven de thuisplaat moet zijn gekomen om van slaan sprake te doen zijn;
  2. Geen nadere toelichting noodzakelijk;
  3. Iedere derde slag foutslag telt niet mee in de ‘count’, een slagman mag zoveel foutballen slaan als hij maar wil;
  4. Behalve bij een stootslag, is de 3e slag fout een stootslag dan telt deze wel als slag en is de slagman dus uit, ook als de bal niet gevangen wordt;
  5. Spreekt voor zichzelf, maar is bij veel mensen niet bekend;
  6. Ook dit spreekt voor zichzelf, maar is behoorlijk onbekend en wordt nog wel eens voor ‘geraakt werper’ aangezien;
  7. De fouttip wordt hieronder apart uitgelegd.

Fouttip

Dit is een geslagen bal die als het ware de knuppel schampt, die niet of nauwelijks van richting verandert en door de catcher reglementair wordt gevangen.

Het verschil met een foutslag is dat bij een fouttip de bal niet ‘dood’ is (daarover in een later hoofdstuk veel meer) en het spel dus doorgaat. Bij een foutslag is het spel ‘dood’ en mogen honklopers dus niet opschuiven. Het verschil met een foutslag is ook dat alleen bij slag drie in de ‘count’ de slagman uit is vanwege de gevangen bal. Bij de eerste twee slag in de ‘count’ is de slagman dus niet uit.

Umpiring wijd en slag en de ‘count’

Voor de juiste houding van de plate umpire verwijs ik naar een volgend hoofdstuk. De timing van de call is wel van belang: wacht tot de catcher de bal heeft verwerkt. Maar laat je niet misleiden door de catcher die met een snelle beweging van de handschoen een bal de slagzone in trekt!

Bij een wijd zwijgt de umpire of zegt, alleen voor catcher en slagman hoorbaar: “Ball”.

Bij een slag roept de umpire zeer gedecideerd en luid: “Strike!!”. Daarbij wijst hij met zijn rechterwijsvinger naar het 1e honk, of hij maakt het gebaar voor ‘uit’.

Bij een fouttip maakt de umpire een vegende beweging met zijn linkerhand over zijn naar rechts uitgestoken rechterhand en daarna het signaal voor ‘slag’, hij roept tegelijkertijd: “Foul tip!!”

Het afroepen van de ‘count’ gaat altijd in de volgorde: aantal wijd en daarna aantal slag, dus “two balls, one strike”. Daarbij geeft de umpire – met gestrekte armen – het aantal wijd aan door het opsteken van vingers van zijn linkerhand en het aantal slag door het opsteken van vingers van zijn rechterhand (ezelsbruggetje: het 1e honk ligt rechts, daar wil de slagman heen). Het lastige is dat op de meeste telapparaatjes de slag en de wijd precies andersom zitten.

5. Vangbal en homerun

In dit hoofdstuk ga ik het hebben over wat een vangbal is en wanneer sprake is van een homerun.

Vangbal

Een vangbal wordt gemaakt door de veldpartij, dat lijkt me logisch. Het is het vangen van een bal in vlucht. Een bal in vlucht is een bal die, geslagen, geworpen of gegooid, zonder iets of iemand te raken, door het luchtruim vliegt. Dus als de bal eerst een speler van de slagpartij, of een toeschouwer, of een coach of een hek of een boomtak heeft geraakt, dan kan het nooit meer een vangbal worden. Probeert echter eerst een andere velder de bal te vangen – bijvoorbeeld de pitcher die de bal recht op zich af krijgt – en stuit deze weg maar blijft ‘in vlucht’ en wordt vervolgens gevangen, dan is het een vangbal. In dit geval mogen honklopers gaan lopen na de eerste aanraking van de bal door een veldspeler. Deze regel is er gekomen om te voorkomen dat een velder eindeloos met de bal jongleert en al jonglerend naar het binnenveld loopt. De honklopers zouden dan eindeloos moeten wachten en een ‘sacrifice fly’ zou niet bestaan…..

Vangen dient te geschieden met de blote hand en/of met de handschoen. Het gebruiken van enig deel van het tenue is daarbij verboden, daarover in een later hoofdstuk meer, dan is het geen vangbal. Ook dient de bal stevig te worden vastgehouden om controle over de bal aan te tonen. Zonder controle, dus bijvoorbeeld bij laten vallen van de gevangen bal, is geen sprake van een vangbal. Tenzij deze, voordat hij de grond of een ander voorwerp raakt, alsnog wordt gevangen. Dit dient te worden aangetoond door de bal lang genoeg vast te houden. Als bij een snelle actie van een velder de bal direct gegooid moet worden en deze valt dan, dan is nog steeds sprake van een vang. Vangt de velder de bal in de ren en struikelt of botst hij waardoor hij de bal laat vallen, is het dus geen vang.

Om een bal te vangen mag een velder over een hek of iets dergelijks leunen, hij mag er zelfs op klimmen. Staat hij op de rand van een dugout, dan mag hij zelfs door zijn teamgenoten worden gesteund om niet te vallen. Indien een speler door te leunen de bal vangt, maar vervolgens over het hek, in de dugout of in de tribune valt en nog steeds de bal controleert, dan is het een vangbal. De bal is dood en eventuele honklopers mogen 1 honk opschuiven.

Het is geen vang als een geworpen bal op 3 slag door de umpire wordt geraakt en vervolgens (door de catcher) wordt gevangen.
Het is ook geen vang als een geworpen bal in de kleding van de catcher blijft steken en door de catcher wordt gepakt.
Het is wel een vang als een velder de bal in zijn handschoen heeft en deze vanuit de handschoen met een flip, dus zonder met de gooihand aangeraakt te hebben, aan een andere velder doorspeelt. Dit kan bijvoorbeeld bij een dubbelspel.

Homerun

De term homerun is eigenlijk het toekennen van 4 honken door de umpire. De umpire geeft dit aan door met zijn rechterwijsvinger een cirkel (tegen de wijzers van de klok in) boven zijn hoofd te maken. In het honkbal kan dat alleen als de geslagen bal direct over het buitenveldhek vliegt. Dat hek moet dan wel op minimaal 75 meter staan (honkbal) of 76,2 meter (softbal heren) of 67,06 meter (softbal dames).

Het is ook een homerun als de bal via een velder over het hek gaat, mits dat laatste op goed gebeid gebeurd. Gaat de bal op deze wijze op fout gebied over het hek, dan is het een 2-honkslag. Als een veldspeler door het gooien van zijn handschoen of een ander voorwerp voorkomt dat de bal over het hek gaat, dan is het toch een homerun (en een eerste waarschuwing aan die speler wegens wangedrag).

Als een bal boven het hek de foutpaal raakt en terugstuitert, dan is het ook een homerun. Stuitert een bal echter terug van het hek, raakt een velder en stuitert daardoor alsnog over het hek, dan is het geen homerun. In dit geval is de bal dood en is het een 2-honkslag.

6. (Slagman-) Honkloper is uit

Er zijn vele manieren voor een speler om ‘uit’ te gaan. Dit hoofdstuk bevat een overzicht. Maar eerst moet ik uitleggen wat het verschil is tussen de gedwongen loopsituatie en een niet gedwongen loopsituatie.

In een gedwongen situatie moet de (slagman-)honkloper opschuiven naar het volgende honk omdat het honk waarop hij recht heeft door een opvolgende (slagman-)honkloper moet worden bezet. Deze gedwongen situatie kan tijdens het spel vervallen trouwens. Met een honkloper op het eerste honk gaat de slagman-honkloper uit voordat hij het eerste honk heeft bereikt. Dan is de honkloper van het eerste honk niet langer gedwongen op te schuiven, hij kan dan alleen ‘uit’ gaan door getikt te worden terwijl hij geen honk aanraakt.
Tevens is sprake van een gedwongen loop als de slagman(-honkloper), na een goede slag het eerste honk moet proberen te bereiken. Bij geraakt werper of vier wijd mag hij uiteraard het eerste honk bezetten zonder uit gemaakt te kunnen worden. Honklopers die daardoor worden gedwongen op te schuiven kunnen dit doe zonder ‘uit’ gemaakt te kunnen worden. Bij een geraakt werper is bovendien de bal ook ‘dood’.

Duizelt het al? Dan ga ik proberen het gemakkelijk te maken. Een (slagman-)honkloper is ‘uit’ als:

  1. Hij meer dan 1 meter afwijkt van zijn honkpad om tikken te ontwijken. Behalve als hij daardoor vermijdt dat hij een velder hindert die een geslagen bal tracht te spelen.Een honkloper mag tijdens het honklopen ieder traject kiezen dat hem goeddunkt. Daarbij mag hij dus meer dan 1 meter afwijken van de rechte lijn tussen de honken. Er staat immers dat hij die meter moet afwijken om tikken te ontwijken. Met honkpad wordt bedoeld de rechte lijn tussen de honkloper en het honk waarheen hij op weg is. Het wordt bepaald op het moment dat de tikactie plaatsvindt. Als de honkloper uitwijkt om ervoor te zorgen dat een velder een geslagen bal kan spelen, dan mag hij meer dan 1 meter uitwijken. Tikken dient altijd te worden gedaan met de hand(schoen) waarin de bal is.
  2. Hij na het raken van het eerste honk zijn honkpad verlaat omdat hij kennelijk zijn poging een volgend honk te bereiken opgeeft.Deze situatie kan plaatsvinden tussen alle honken. Is het kennelijk zo dat een honkloper denkt ‘uit’ te zijn, of denkt dat er drie ‘uit’ zijn en naar de dug-out of naar zijn veldpositie loopt, dan kan hij ‘uit’ worden gegeven.
  3. Hij opzettelijk een velder hindert die een geslagen of aangegooide bal tracht te spelen.De velder heeft altijd ‘voorrang’ op de honkloper. De honkloper van 2e naar 3e honk die inhoudt om de korte stop te hinderen bij het verwerken van een grondbal, is uit.
  4. Hij wordt getikt terwijl hij niet in contact is met een honk.Uiteraard gaat dit alleen op als de bal niet ‘dood’ is. Ook gaat het niet op bij het eerste honk als de loper doorschiet en hij onmiddellijk naar dat honk terugkeert. Dat terugkeren mag ook vanuit ‘goed’ gebied. Het is een fabeltje dat je terug moet lopen vanaf ‘fout’ gebied. Het gaat er slechts om dat de honkloper geen enkele poging doet het 2e honk te bereiken. Teruglopen op ‘fout’ gebied is wel aan te raden, helaas kennen niet alle umpires (coaches en spelers) deze regel precies.Een loslatend honk is geen reden een speler op tikken uit te geven. Dus een speler die in zijn sliding een honk meeneemt, kan niet uitgetikt worden. Gaat het spel door, dan zijn opvolgende honklopers niet ‘uit’ te maken als zij de plaats raken waar het honk lag.
  5. Hijzelf, of het honk waar hij vandaan kwam, wordt getikt voordat hij dat honk opnieuw heeft aangeraakt (‘tag up’) na een vangbal. Dit is een appèlsituatie, de umpire geeft de ‘uit’ dus alleen als een appel wordt gespeeld.Dit geldt niet bij een fouttip. De honkloper mag, bij de eerste aanraking van de te vangen bal door een velder, het honk loslaten. Omdat het een appelsituatie is, waarover later meer, kan een umpire dit niet ongevraagd ´callen´, daartoe moet een appèl worden gespeeld, waarover later meer.
  6. Hijzelf, of het honk waarnaar hij onderweg is wordt getikt voordat hij dat honk heeft bereikt. Het aanraken van het honk is alleen van kracht als het een gedwongen loop is.
  7. Hij wordt geraakt door een goed geslagen bal en zich op goed gebied bevindt. De bal mag geen enkele binnenvelder, de pitcher uitgezonderd, zijn gepasseerd. Is het een binnenhoogbal dan zijn zowel de slagman als de honkloper uit. Meer over de binnenhoogregel later.
  8. Hij tracht thuis te komen tijdens een situatie waarbij de slagman hindert. Zijn er al 2 ‘uit’ dan is alleen de slagman ‘uit’.
  9. Hij een voorgaande loper passeert voordat die honkloper ‘uit’ is.
  10. Hij de velders in de war brengt door onnodig de honken in omgekeerde volgorde te gaan lopen. Het spel is ogenblikkelijk ‘dood’.
  11. Hij de thuisplaat mist en geen poging doet daarheen terug te keren. Hierbij moet een velder, met de bal in bezit, een appèl spelen. De eerste call van de umpire is in dit geval altijd ‘safe’, ook al heeft hij waargenomen dat de plaat gemist is. De reden hiervoor is dat hij anders de veldpartij zou bevoordelen. De veldpartij moet zelf het honklopen in de gaten houden. Zie verderop.
  12. Een spelsituatie tegen hem wordt gemaakt (met het doel hem ‘uit’ te maken) en een lid van zijn team, niet zijnde een honkloper, de velder daarbij hindert.
  13. Hij bij het honklopen een honk niet heeft aangeraakt. De veldpartij moet een appèl spelen om de call uit te lokken.

Tot zover de wijze waarop je als (slagman-)honkloper ‘uit’ kunt gaan.

7. BINNENHOOG/INFIELD FLY/INTENTIONALLY DROPPED BALL

Deze regel geeft altijd aanleiding tot veel discussie. Dat heeft vooral te maken met het feit dat de bedoeling achter deze regel niet wordt begrepen. Voordat ik de regel uitleg dus eerst de bedoeling van de regel.

Iedere speler weet, en vergeet soms ook, dat het niet verstandig is om bij minder dan twee uit en een hoge bal van het honk te gaan. Bij een vangbal moet immers terug worden gegaan naar het honk om niet uitgebrand te worden. Of althans op appel uit te worden gemaakt vanwege het te vroeg (voor de eerste aanraking van de bal door een velder) weggaan. Stel je voor dat er lopers op zowel het eerste als het tweede (en eventueel het derde) honk staan en er is geen of één uit. De slagman slaat de bal. Deze bal gaat hoog de lucht in (fly ball of pop fly) en kan door een binnenvelder worden gevangen. Deze binnenvelder is echter een slimme speler en laat de bal voor zich vallen. De lopers zullen op hun honken blijven, rekenend op een makkelijke vangbal. Doordat de binnenvelder de bal laat vallen, is echter nu sprake van allemaal gedwongen lopen. Doordat de bal in het binnenveld is, is een dubbel- of zelfs een driedubbelspel een eenvoudig klusje geworden.
Dat heeft echter niets met de bedoeling van het spel meer te maken, heeft men terecht ooit geoordeeld. En daarom is de infield fly rule er gekomen.

Zijn er minder dan twee spelers uit (dus nul of een uit),
EN zijn het eerste en tweede honk OF het eerste, tweede en derde honk bezet
EN slaat de slagman een hoge bal, die geen stootslag of line drive is
EN kan deze bal redelijkerwijze door een binnenvelder worden gevangen (dit ter beoordeling van de umpire(s)),
DAN is sprake van een infield fly.

In dit geval is de slagman uit. Het spel gaat gewoon door, de bal is niet ‘dood’ en de lopers mogen dus op eigen risico verder. Wordt de geslagen bal een foutbal, dan blijft de slagman gewoon aan slag. De lopers moeten dan natuurlijk terug naar waar zij waren.
De call mag worden gegeven door de plate umpire en/of door de base umpire als de bal zijn hoogste punt heeft bereikt. Je wijst met de linker wijsvinger omhoog, roept “Infield Fly, if fair the batter is out” en maakt het ‘uit’ teken met de rechterarm.

Nu zijn er binnenvelders die nog slimmer zijn. Met een loper op het eerste honk (en eventueel andere honken) en minder dan twee uit, laten die een bal doelbewust vallen, dus nadat de bal in de handschoen is geweest. Hun methode om een dubbelspel te maken. Ook in dit geval is de slagman direct uit, maar nu is het spel wel direct dood en kunnen honklopers dus niet opschuiven. Dit is een intentionally dropped ball.


Onze Sponsors